De belangrijkste
verkeersborden
Zo'n 180 borden klinkt overweldigend. Maar je hoeft ze niet allemaal uit je hoofd te leren. Snap het systeem van vorm en kleur, dan zie je bij de meeste borden meteen wat voor soort bord het is.
Vorm en kleur vertellen het meeste
Het draait om een paar vormen en een paar kleuren. Ken je deze vier combinaties, dan plaats je de meeste borden al in de goede groep.
= Verbod
= Gebod
= Waarschuwing
= Informatie
De bekendste uitzonderingen: het voorrangsbord (gele ruit), het stopbord (rode achthoek) en verleen voorrang (driehoek met de punt naar beneden). Die hebben expres een unieke vorm. Zo herken je ze zelfs van de achterkant of bedekt met sneeuw.

±180
borden in de officiële lijst
De 57 belangrijkste zie je verderop, verdeeld over vijf groepen.
De belangrijkste borden
Verbods- en snelheidsborden
Meestal rond met rode rand op witte achtergrond. Geven aan wat je niet mag doen of hoe snel je mag. Uitzonderingen: E1 en E2 zijn blauw met een rode rand, C2 is rood met een witte balk, A2 is wit met zwarte strepen en heeft geen rode rand, en A3 is een maximumsnelheid op een elektronisch bord (matrixbord) boven de weg.
Tip: Let op het verschil tussen E1 (schuine streep = parkeerverbod) en E2 (kruis = verbod stil te staan).
Gebodsborden
Blauw met een wit symbool. De ronde borden geven aan wat je moet doen, behalve D3: dat bord mag je aan beide kanten voorbij. C3 is vierkant en geeft de rijrichting op een eenrichtingsweg aan.
Tip: Rond en blauw = gebod (verplicht). Vierkante en rechthoekige blauwe borden, zoals C3, geven informatie.
Waarschuwingsborden
Meestal driehoekig met rode rand. Ze waarschuwen voor een gevaarlijke situatie verderop. Uitzondering is het andreaskruis (J12 en J13): dat heeft de vorm van een kruis en geeft de overweg zelf aan.
Tip: Een waarschuwingsbord verbiedt of verplicht zelf niets. Het vertelt je dat er gevaar aankomt, dus pas je snelheid aan en let extra op.
Voorrangsborden
Drie vormen: gele ruit (B1 en B2), driehoek met rode rand (B3 t/m B5 met de punt omhoog, B6 met de punt omlaag) of rode achthoek (het stopbord). Regelen wie er eerst mag.
Tip: Het stopbord is het enige achthoekige bord. Je moet hier altijd volledig stilstaan, ook als de weg leeg is.
Informatieborden
Meestal rechthoekig of vierkant, allemaal blauw. Ze vertellen wat voor weg je op gaat of geven informatie over de weg. G11 en G12a zijn rond, en dat past bij de vuistregel dat rond en blauw een gebod is: fietsers moeten dat pad gebruiken, bij G12a ook bromfietsers. L2 heet net als de driehoek J22 'Voetgangersoversteekplaats': L2 geeft de oversteekplaats zelf aan, J22 waarschuwt dat er een oversteekplaats aankomt.
Tip: Het bord 'bebouwde kom' zegt ook iets over je snelheid: binnen de bebouwde kom mag je met de auto maximaal 50 km/u, tenzij een bord iets anders aangeeft. Op veel straten geldt 30 km/u, en dat zie je dan aan de borden.
Onderborden
Onderborden zie je snel over het hoofd. Toch bepalen ze vaak waar, wanneer of voor wie het bord erboven geldt. Lees ze dus altijd mee.
Geeft aan hoe ver het nog is tot de plek waar het bord over gaat. Onder een waarschuwingsbord betekent '150 m' bijvoorbeeld dat het gevaar over 150 meter komt.
Geeft aan over welke afstand het bord geldig is (bijvoorbeeld een inhaalverbod over 2 km).
Het bord geldt alleen op bepaalde tijden of dagen (bijvoorbeeld parkeerverbod op werkdagen).
Geeft aan voor wie het bord niet geldt, zoals 'uitgezonderd fietsers' of 'uitgezonderd bestemmingsverkeer'.
Nog vragen?
Hoeveel verkeersborden moet ik kennen voor het theorie-examen?+
Welke verkeersborden komen het vaakst voor op het examen?+
Hoe kan ik verkeersborden het beste onthouden?+
Wat zijn onderborden?+
Nu testen of ze blijven hangen
Test hoeveel je al weet met de borden-quiz: dezelfde 57 borden als hierboven, nu als vragen met vier mogelijke antwoorden.
Start de borden-quiz




