Naar hoofdinhoud

Voorrangs
regels

Kruispunten, rotondes, trams: wie gaat er eerst? Voorrang is een vast onderwerp op het CBR-theorie-examen. Eerst de volgorde, dan de regels en de uitzonderingen.

Rechts gaat voor
Borden boven regels
Lichten boven voorrangsborden
Regelaar boven alles
Tram gaat voor op gelijkwaardig kruispunt
Haaientanden = voorrang verlenen
Rechts gaat voor
Borden boven regels
Lichten boven voorrangsborden
Regelaar boven alles
Tram gaat voor op gelijkwaardig kruispunt
Haaientanden = voorrang verlenen

De voorrangshiërarchie

Bij voorrang begin je bij de volgorde. Als meerdere regels tegelijk gelden, bepaalt die volgorde welke je volgt.

1
Verkeersregelaar

Gaat boven alles

2
Verkeerslichten

Boven voorrangsborden en regels

3
Voorrangsborden en haaientanden

Boven verkeersregels

4
Verkeersregels (rechts gaat voor)

Basisregel

Simpel gezegd: nummer 1 wint altijd. Staat er een verkeersregelaar? Dan volg je zijn aanwijzingen, ook als het licht of een bord iets anders zegt.

Van regelaar tot rechts gaat voor

01
01

Verkeersregelaar

De verkeersregelaar wint van alles. Boven lichten, boven borden, boven verkeersregels. Geeft een bevoegde verkeersregelaar of agent je een teken? Dan volg je dat op.

Wanneer: Wanneer er een bevoegde verkeersregelaar aanwezig is

Let op: Alleen bevoegde mensen mogen het verkeer regelen, zoals de politie en verkeersregelaars. Een verkeersregelaar herken je meestal aan een gele jas of hes met een oranje onderkant.

Lesauto langs een gracht
02
02

Verkeerslichten

Verkeerslichten gaan boven voorrangsborden en haaientanden. Groen = doorrijden, geel = stoppen (tenzij je er al zo dicht bij bent dat stoppen niet meer kan), rood = stoppen. Sla je af? Dan laat je tegenliggers en verkeer naast of vlak achter je op dezelfde weg eerst gaan, zoals fietsers. Dat geldt ook bij groen, en ook als je op een voorrangsweg rijdt.

Wanneer: Kruispunten met werkende verkeerslichten

Let op: Staan de lichten uit of knipperen ze geel? Dan regelen ze de voorrang niet en gelden de borden en haaientanden. Zijn die er ook niet? Dan is het ineens een gelijkwaardig kruispunt.

Lesauto in een stadscentrum met een tram ernaast
03
03

Voorrangsborden en haaientanden

Staan er borden of liggen er haaientanden? Dan gaan die boven de basisregel dat verkeer van rechts voorgaat. Bord B6 (de driehoek met de punt naar beneden) en haaientanden vertellen je: jij verleent voorrang. Borden als B1 en B3 zeggen juist dat jij voorrang hebt.

Wanneer: Kruispunten met voorrangsborden (de B-borden) of haaientanden

Let op: Bij het stopbord (B7) moet je altijd volledig stilstaan. Ook als de weg leeg lijkt.

Lesauto in een winkelstraat in de stad
04
04

Verkeer van rechts

Geen borden, geen lichten, geen haaientanden? Dan gaat verkeer van rechts voor. De basisregel in Nederland. Simpel, maar op het examen wordt het lastiger dan je denkt.

Wanneer: Gelijkwaardige kruispunten zonder verkeersregelaar

Let op: Geldt voor alle bestuurders, ook fietsers. Voetgangers zijn geen bestuurders. Twee uitzonderingen: een tram gaat op een gelijkwaardig kruispunt altijd voor, en wie van een onverharde weg komt, laat de bestuurders op de verharde weg voorgaan.

Lesauto in een rustige straat in een woonwijk
Trams
Rotondes
Uitritten
Zebrapaden
Hulpdiensten
Colonnes en uitvaartstoeten
Haaientanden
Stopbord
Trams
Rotondes
Uitritten
Zebrapaden
Hulpdiensten
Colonnes en uitvaartstoeten
Haaientanden
Stopbord

Bijzondere situaties

01

Trams

Op een gelijkwaardig kruispunt heeft de tram altijd voorrang. Maakt niet uit van welke kant hij komt. Bij borden en verkeerslichten gelden de normale regels. Let wel op bij afslaan: een tram die afslaat, hoeft tegenliggers en verkeer naast of vlak achter hem niet voor te laten gaan.

02

Rotondes

Meestal hebben bestuurders op de rotonde voorrang. Je ziet het aan de borden en haaientanden. Staan die er niet? Dan geldt rechts gaat voor en heeft verkeer dat de rotonde op wil voorrang. Kijk dus altijd naar de borden.

03

Uitritten

Rijd je vanuit een uitrit de weg op, bijvoorbeeld bij een huis, garage of bedrijf? Dan laat je al het andere verkeer voorgaan, ook voetgangers. Je herkent een uitrit vaak aan een stoep die gewoon doorloopt.

04

Voetgangers bij zebrapaden

Steekt een voetganger over op een zebrapad, of staat hij duidelijk op het punt dat te doen? Dan laat je hem voorgaan. Een fietser die over het zebrapad fietst, heeft dat recht niet. Stapt hij af en loopt hij met de fiets aan de hand? Dan telt hij als voetganger.

05

Hulpdiensten

Blauw zwaailicht en sirene? Dan laat je ze altijd voorgaan en maak je ruimte, bijvoorbeeld door opzij te gaan. Door rood rijden hoort daar niet bij: rood blijft rood, ook met een ambulance achter je.

06

Colonnes en uitvaartstoeten

Een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen mag je niet doorsnijden. Wacht gewoon tot de hele stoet voorbij is.

Nog vragen?

Wie heeft voorrang op een gelijkwaardig kruispunt?+
Verkeer van rechts. Geen verkeerslichten, borden of haaientanden? Dan geldt die basisregel. Voor alle bestuurders, ook fietsers. Er zijn twee uitzonderingen: trams hebben op gelijkwaardige kruispunten altijd voorrang, van welke kant ze ook komen. En kom je van een onverharde weg, dan laat je de bestuurders op de verharde weg voorgaan.
Moet ik voorrang verlenen aan een tram?+
Op een gelijkwaardig kruispunt: ja, altijd. De tram heeft voorrang, ongeacht de richting. Bij verkeerslichten en voorrangsborden gelden de normale regels. Let wel op bij afslaan: een tram die afslaat, hoeft tegenliggers en verkeer naast of vlak achter hem niet voor te laten gaan. En onthoud: een tram kan niet uitwijken. Dus wees sowieso extra voorzichtig.
Hoe werkt voorrang op een rotonde?+
In Nederland hebben bestuurders op de rotonde meestal voorrang. Je ziet het aan de borden en haaientanden bij de toerit. Staan die er niet? Dan is de rotonde een gewoon gelijkwaardig kruispunt: rechts gaat voor, dus verkeer dat de rotonde op wil, gaat voor. Kijk dus altijd naar de borden, ook als je denkt dat je het weet.
Wat zijn haaientanden?+
Die omgekeerde driehoekjes op het wegdek. Ze betekenen: jij verleent voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg, dus de weg waar je op uitkomt of die je oversteekt. De punten wijzen naar de bestuurder die moet wachten. Je ziet ze bij kruispunten en bij de toeritten van rotondes. Makkelijk te herkennen als je weet waar je op moet letten.

Regels geleerd? Test jezelf.

Oefen gratis met voorrangsvragen. Dan merk je meteen waar je nog twijfelt, en dat weet je liever nu dan op examendag.

Start oefenvragen