Kruispunten, rotondes, trams: wie gaat er eerst? Dit zijn de voorrangsregels die je moet kennen voor je theorie-examen.
Het belangrijkste
Op het examen moet je altijd de juiste volgorde kennen. De hiërarchie bepaalt wie voorrang heeft als meerdere regels tegelijk gelden.
Gaat boven alles
Boven borden en regels
Boven verkeersregels
Basisregel
Nummer 1 gaat boven alles. Dus als er een verkeersregelaar staat, negeer je de lichten en de borden.
De regels
Op een gelijkwaardig kruispunt (zonder borden, lichten of haaietanden) gaat verkeer van rechts voor. Dit is de basisregel in Nederland.
Wanneer: Gelijkwaardige kruispunten zonder verkeersregelaar
Let op: Geldt voor alle bestuurders, inclusief fietsers. Voetgangers zijn geen bestuurders.

Verkeersborden en wegmarkeringen gaan boven de basisregel. Een voorrangsdriehoek of haaietanden geven aan dat je voorrang moet verlenen.
Wanneer: Kruispunten met borden (B1, B3, B5, B6) of haaietanden
Let op: Het stopbord (B7) verplicht je om volledig stil te staan voordat je voorrang verleent.

Verkeerslichten gaan boven verkeersborden. Groen = doorrijden, geel = stoppen als dat veilig kan, rood = stoppen.
Wanneer: Kruispunten met werkende verkeerslichten
Let op: Bij defecte lichten gelden de verkeersborden eronder. Zijn die er niet, dan is het een gelijkwaardig kruispunt.

Een verkeersregelaar (politie, verkeersregelaar bij evenementen) gaat boven alles: boven lichten, borden en verkeersregels.
Wanneer: Wanneer er een bevoegde verkeersregelaar aanwezig is
Let op: Alleen bevoegde verkeersregelaars mogen het verkeer regelen. Zij dragen een fluoriserend hesje.

Komt vaak terug
Op gelijkwaardige kruispunten heeft de tram altijd voorrang, ongeacht de richting waaruit hij komt. Bij voorrangsborden en verkeerslichten gelden de normale regels.
In Nederland hebben bestuurders op de rotonde meestal voorrang. Dit wordt aangegeven met borden en haaietanden. Let altijd op de borden, want niet elke rotonde is hetzelfde.
Wie een uitrit verlaat (parkeerplaats, benzinestation, erf) moet al het overige verkeer voor laten gaan. Je herkent een uitrit aan de doorlopende stoeprand of trottoirband.
Je moet voetgangers op een zebrapad voor laten gaan als zij duidelijk te kennen geven dat ze willen oversteken. Fietsers op een zebrapad hebben dit recht niet; zij moeten afstappen.
Voertuigen met zwaailicht en sirene (politie, ambulance, brandweer) hebben altijd voorrang. Je bent verplicht om ruimte te maken, ook als je daarvoor een rood licht moet negeren.
Een begeleide militaire colonne mag je niet onderbreken. Wacht tot de hele colonne voorbij is.
Veelgestelde vragen
Begin hier
Oefen met voorrangsvragen zoals ze op het echte examen voorkomen.
Start oefenvragen