Even eerlijk
Bijna de helft zakt de eerste keer. Dat klinkt veel, maar het goede nieuws: de meeste fouten zijn te voorkomen als je ze kent. En de nummer 1 reden is niet dat mensen niet kunnen rijden. Het is te voorzichtig en onzeker rijden.
1. Niet goed kijken
De nummer 1 reden om te zakken. Niet kijken bij het wegrijden, dode hoek vergeten bij het wisselen van rijstrook, niet in de spiegel kijken voor het remmen. Het vervelende: je hebt het zelf niet door, want je voelt je veilig. Maar de examinator ziet het wel. Maak er een gewoonte van om overdreven goed te kijken, ook als je denkt dat er niemand is.
2. Te voorzichtig rijden
Klinkt raar, maar je zakt eerder door te langzaam te rijden dan door te snel. 30 km/u op een 50-weg houdt het verkeer op en dat is gevaarlijk. De examinator wil zien dat je meerijdt met de stroom. Niet racen, maar ook niet kruipen.
3. Voorrangsfouten
Voorrang geven waar je het hebt, of juist doorrijden waar je moet wachten. Beide zijn gevaarlijk. Vooral op rotondes en bij kruispunten gaat het vaak mis. Het helpt om in je laatste lessen hier extra op te oefenen.
4. Slecht invoegen op de snelweg
Dit vinden veel mensen spannend, en dat merk je. Te langzaam de invoegstrook op, niet kijken in de spiegels en dode hoek, of te vroeg of te laat invoegen. De truc: gas geven op de invoegstrook zodat je op snelwegsnelheid zit, en dan soepel invoegen.
5. Fouten bij bijzondere verrichtingen
Te vaak corrigeren bij het parkeren, de stoep raken, of niet goed kijken tijdens het achteruitrijden. Het goede nieuws: dit zijn juist de dingen die je heel gericht kunt oefenen. Vraag je instructeur om de laatste paar lessen extra aandacht te besteden aan verrichtingen. Relatief makkelijke punten om te scoren.
6. Niet anticiperen
Een bal rolt de weg op, maar je remt niet af. Een fietser kijkt niet uit, maar jij houdt geen rekening met hem. De examinator kijkt niet alleen naar wat er gebeurt, maar ook naar wat er had kúnnen gebeuren. Vooruitkijken en reageren op mogelijke gevaren is een van de belangrijkste dingen die ze beoordelen.
7. Verkeerde rijstrookkeuze
Te laat van rijstrook wisselen, op de verkeerde rijstrook een rotonde oprijden, of in de verkeerde rijstrook staan bij een kruispunt. Kijk ver vooruit en positioneer je op tijd.
8. Stress en paniek
Je vergeet richting aan te geven. Niet erg, dat is een puntje. Maar daarna schiet je in de stress, ga je trillen, rem je te hard. En dan wordt het een patroon. Dit overkomt meer mensen dan je denkt. Adem door. Eén fout is geen ramp. De examinator weet dat je zenuwachtig bent.
9. Snelheid niet aanpassen
Te hard bij een school, niet afremmen bij een onoverzichtelijk kruispunt, of 80 rijden waar 60 geldt. Snelheid aanpassen aan de situatie is een van de belangrijkste onderdelen van het examen.
10. Richting aangeven vergeten
Richtingaanwijzer vergeten bij het wegrijden, van rijstrook wisselen of bij een rotonde. Het is een kleine handeling, maar de examinator noteert het als een fout. Bij meerdere keren vergeten wordt het een structureel probleem.
Top 5 zakredenen bij het praktijkexamen
Dit zijn de fouten waar de meeste mensen op zakken. Herkenbaar? Dan weet je waar je extra op moet letten.
Zo voorkom je deze fouten
Vraag je instructeur om in je laatste 5 lessen een 'oefenexamen' te doen: een volledige rit alsof het echt is. Dan ontdek je waar je zwakke plekken zitten, zonder dat het telt. En onthoud: de examinator is geen vijand. Die wil gewoon zien dat je veilig kunt rijden. Meer niet.



