Het praktijkexamen duurt 35 minuten en bestaat uit een rit door het verkeer, een paar bijzondere verrichtingen en een stukje zelfstandig rijden. Het slagingspercentage bij de eerste poging is 51,3%. Met de juiste voorbereiding vergroot je je kans.
Hoe verloopt het praktijkexamen?
Je instructeur brengt je naar het CBR-examencentrum. De examinator stelt zich voor en controleert je identiteitsbewijs. Je loopt samen naar de auto, en de examinator legt kort uit hoe het examen werkt. Daarna rijd je een route die de examinator bepaalt. Tussendoor krijg je opdrachten voor bijzondere verrichtingen (inparkeren, keren, achteruitrijden). Het laatste deel is zelfstandig rijden: je krijgt een bestemming en moet zelf de route bepalen.
1. Rijd zoals je altijd rijdt
De meest voorkomende fout: leerlingen gaan anders rijden tijdens het examen. Te voorzichtig, te langzaam, te veel twijfelen. De examinator wil zien dat je zelfstandig en veilig kunt deelnemen aan het verkeer. Rijd zoals je in je lessen rijdt. Daar ben je voor getraind.
2. Kijk, kijk, kijk
Het grootste aandachtspunt bij de meeste examens: kijkgedrag. Spiegel, dode hoek, over je schouder kijken. De examinator let hier extra op. Maak er een gewoonte van om overdreven goed te kijken, zelfs als je denkt dat er niemand is. Niet kijken bij het wegrijden, invoegen of van rijstrook wisselen is een veelvoorkomende reden om te zakken.
3. Ken de bijzondere verrichtingen
Je krijgt tijdens het examen een of twee bijzondere verrichtingen. Deze worden vooraf geoefend in je rijlessen:
- Fileparkeren (vooruit of achteruit inparkeren tussen twee auto's)
- Haaks parkeren (vooruit of achteruit in een parkeervak)
- Keren (in een smalle straat van richting veranderen)
- Achteruitrijden over een langere afstand
- Hellingproef (wegrijden op een helling zonder terug te rollen)
4. Slaap goed, eet goed
Het klinkt simpel, maar het maakt verschil. Zorg voor minimaal 7 uur slaap de nacht voor je examen. Eet een normaal ontbijt of lunch. Drink geen extra koffie als je dat normaal niet doet. Vermijd alcohol de avond ervoor. Je wilt helder en uitgerust achter het stuur zitten.
5. Fouten zijn niet meteen fataal
Een veelvoorkomend misverstand: je mag geen enkele fout maken. Dat klopt niet. Je mag best een fout maken, zolang het geen gevaarlijke situatie oplevert. Een keer te laat schakelen, een iets te ruime bocht, of een vergeten richting aangeven bij het wegrijden van een parkeerplaats: dat zijn punten, maar niet automatisch redenen om te zakken. Pas bij structurele fouten of een onveilige situatie stopt de examinator het examen.
6. Bereid je voor op het zelfstandig rijden
Bij het zelfstandig rijden noemt de examinator een bestemming en moet je zelf de weg vinden. Je mag de borden volgen of de auto-navigatie gebruiken. Tip: oefen dit in je lessen. Rijd een keer zonder dat je instructeur de route aangeeft. Zo wen je eraan om zelf beslissingen te nemen in het verkeer.
7. Stel vragen als je iets niet begrijpt
De examinator geeft je instructies: 'neem de volgende afslag rechts' of 'rij hier rechtdoor'. Als je een instructie niet goed hebt verstaan of niet begrijpt, vraag het dan. Dat is geen zwakte. De examinator herhaalt de instructie. Beter vragen dan de verkeerde afslag nemen en in de stress schieten.
8. Plan je examen op het juiste moment
Doe het examen pas als je instructeur zegt dat je er klaar voor bent. Bij twijfel: doe eerst een tussentijdse toets. Een herkansing kost €143,50 plus extra lessen. Dat is duurder en frustrerender dan een paar weken langer wachten tot je echt klaar bent.
Na het examen
Na de rit parkeert de examinator de auto terug bij het CBR. Je krijgt direct de uitslag: geslaagd of niet geslaagd. Bij een positief resultaat krijg je een Verklaring van Rijvaardigheid. Daarmee ga je naar het gemeentehuis om je rijbewijs aan te vragen. Binnen 5 werkdagen heb je je rijbewijs in handen.



