Waarom ezelsbruggetjes werken
Sommige verkeersregels zijn lastig om te onthouden. Niet omdat ze ingewikkeld zijn, maar omdat er zoveel zijn. Een ezelsbruggetje koppelt een regel aan iets wat je al kent. Daardoor blijft het hangen. Een paar handige voor het theorie-examen op een rij.
RVV: Rechts, Voorrang, Verlenen
Op een gelijkwaardig kruispunt (geen verkeersregelaar, geen verkeerslichten, geen borden, geen haaientanden) geldt: bestuurders van rechts gaan voor. Twee uitzonderingen: een tram gaat voor, en wie van een onverharde weg komt, laat de bestuurders op de verharde weg voorgaan. RVV staat officieel voor Reglement verkeersregels en verkeerstekens, maar het helpt ook als geheugensteun: Rechts? Voorrang Verlenen.
Voorrangshiërarchie: "Politie Stuurt Borden Weg"
Wie bepaalt de voorrang? Dat gaat in een vaste volgorde. Van boven naar beneden: een verkeersregelaar (zoals een agent), verkeerslichten, verkeersborden en andere verkeerstekens zoals haaientanden, en als laatste de gewone verkeersregels, zoals rechts gaat voor. Onthoud: "Politie Stuurt Borden Weg." P van politie, S van stoplicht, B van borden en W van de wet, oftewel de verkeersregels. Geeft een agent je een teken? Dan volg je de agent, ook als het licht op groen staat. Werkt het stoplicht? Dan volg je het licht, ook als een voorrangsbord of haaientanden iets anders zeggen. Staat het licht uit of knippert het geel? Dan regelen de borden en haaientanden de voorrang weer.
Maximumsnelheden: "30, 50, 80, 100, 130"
De maximumsnelheden per wegtype zijn makkelijk te verwarren. Deze tabel helpt, samen met het rijtje: "Zone 30, stad 50, buiten 80, autoweg 100, snelweg 130." Staat er een bord met een andere snelheid? Dan geldt het bord.
| Wegtype | Snelheid | Ezelsbruggetje |
|---|---|---|
| 30 km-zone | 30 km/u | "Dertig-zone, rustig aan" |
| Binnen de bebouwde kom | 50 km/u | "Vijftig in de stad" |
| Buiten de bebouwde kom | 80 km/u | "Tachtig op het platteland" |
| Autoweg | 100 km/u | "Honderd op de autoweg" |
| Autosnelweg | 130 km/u, van 6 tot 19 uur meestal 100 km/u | "Check het bord" |
Verkeersborden: vorm vertelt de functie
Je hoeft niet elk bord uit je hoofd te leren. De vorm vertelt je al veel. Driehoek met punt omhoog? Dat is een waarschuwing. Rond bord met rode rand? Dat is een verbod. Rond bord met blauwe achtergrond? Dat is een gebod, behalve als er ook een rode rand omheen zit: het parkeerverbod (E1) en het verbod stil te staan (E2) zijn blauw met een rode rand en toch een verbod. De rode rand wint. Rechthoekig of vierkant blauw bord? Dat geeft informatie. Onthoud: "Driehoek waarschuwt, Rond verbiedt of gebiedt, Rechthoek informeert." Een paar borden leer je los, want daar werkt de vuistregel niet: de omgekeerde driehoek (voorrang verlenen), de driehoeken met een kruispunt erop (B3 tot en met B5: jij hebt voorrang op het volgende kruispunt), het achthoekige stopbord en de gele ruit (voorrangsweg).
Stopafstand: "Reactie plus Rem"
De stopafstand is de afstand die je nodig hebt om stil te staan. Die bestaat uit twee delen, de reactieafstand en de remafstand. Dit moet je erover weten:
- Reactieafstand: de afstand die je aflegt tussen het moment dat je het gevaar ziet en het moment dat je gaat remmen. Met een reactietijd van 1 seconde is dat bij 50 km/u bijna 14 meter
- Remafstand: de afstand die je aflegt terwijl je remt. Hoe lang die is, hangt af van je snelheid, je banden en het wegdek
- Snelheid maakt veel uit: rij je twee keer zo hard, dan wordt je remafstand vier keer zo lang. Ezelsbruggetje: "Twee keer zo hard, vier keer zo ver"
- Bij nat wegdek is de vuistregel: je remafstand wordt ongeveer twee keer zo lang, je reactieafstand blijft gelijk. Ezelsbruggetje: "Nat is dubbel"
Uitrit verlaten: "Iedereen gaat voor"
Rijd je via een uitrit de weg op, bijvoorbeeld bij een huis of een garage? Dan laat je al het overige verkeer voorgaan. Fietsers, voetgangers, auto's: iedereen. Ook een parkeerterrein of tankstation verlaat je vaak via een uitrit. Hetzelfde geldt voor andere bijzondere manoeuvres, zoals wegrijden, achteruitrijden en keren. Een verkeersregelaar of een werkend verkeerslicht bij de uitrit gaat wel boven deze regel, net als in het rijtje "Politie Stuurt Borden Weg". Onthoud: "Uitrit = uitlaten." Je laat iedereen eerst gaan.
Haaientanden: "De tanden bijten jou"
Haaientanden op de weg? Dan moet jij voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg, fietsers dus ook. De tanden liggen op jouw weghelft en de punten wijzen naar jou: ze "bijten" jou. Combineer dit met het bord: een omgekeerde driehoek (punt naar beneden) betekent hetzelfde. Je laat het verkeer op die weg eerst gaan.
Inhalen: "Links is de regel, rechts is de uitzondering"
In Nederland haal je links in. Er zijn een paar uitzonderingen. Heeft iemand links voorgesorteerd en geeft hij aan dat hij linksaf wil? Dan haal je hem rechts in. Een tram mag je rechts inhalen. Staat er een file op een weg met meerdere rijstroken in jouw richting? Dan mag je die file rechts inhalen. En rij je rechts van een blokmarkering, bijvoorbeeld op een invoegstrook, dan mag je verkeer links van die streep rechts inhalen. Onthoud: "Links is normaal. Rechts alleen bij een linksaffer, een tram, een file of een blokmarkering."
Niet alles is een ezelsbruggetje
Ezelsbruggetjes helpen je om dingen te onthouden, maar ze vervangen het begrijpen niet. Als je snapt waarom een regel bestaat, onthoud je hem vanzelf. Gebruik ezelsbruggetjes als steuntje, niet als vervanging voor echt oefenen.



